15e Pim Mulier-lezing: helden

Gepubliceerd op zaterdag 24 november 2018 - 218 keer gelezen
15e Pim Mulier-lezing: helden Het stimuleren van jonge sporters is een belangrijk doel van Société Pim Mulier. Daarom staat de vijftiende Pim Mulier-lezing grotendeels in het teken van de jeugd. Na het gezamenlijke diner geven de sprekers antwoord op prangende vragen. In een talkshowachtige setting, onder leiding van voorzitter en presentator Herman Opmeer en oud-voorzitter Henk Uildriks.

Wie waren de sporthelden van de jonge Pim Mulier? En wie zijn de sporthelden van de toekomst? Is het een taak van de gemeente om sportieve activiteiten te faciliteren? Of mogen we van de jeugd verwachten dat ze – in de geest van Pim Mulier – koeienvlaaien wegscheppen om een potje te voetballen?

Die laatste vraag legt Herman voor aan sportwethouder Merijn Snoek, waarbij hij de politicus direct uitdaagt: "Als ik postzegels verzamel of wil line-dancen, dan kan ik dat toch zelf regelen? Daar heb ik de gemeente niet voor nodig." "Dat moet je zeker doen, ik wil niet tussen jou en je hobby's komen," reageert de wethouder. "Maar het is een taak van de gemeente om te zorgen voor een basisinfrastructuur. Wij investeren in het toegankelijk maken van sport. Ook voor mensen die minder geld hebben. Die investering vermenigvuldigt zich door de vele vrijwilligers die werken voor verenigingen. En die vrijwilligers hebben we ook hard nodig. Sommige mensen leggen alle verantwoordelijkheid bij de gemeente. Maar ik ga niet op de stoel van het clubbestuur zitten en ik kom ook geen bardiensten draaien."

Dat investeringen erg belangrijk kunnen zijn, weten de jonge talenten Stijn van der Meer en Knut Hogervorst maar al te goed. De tienjarige Stijn vertelt, volledig in race-outfit, over zijn passie voor de kartsport en zijn droom van een carrière in de Formule 1. Speciaal om zijn kart te vervoeren heeft de familie Van der Meer een bus aangeschaft, weet Stijn.

Het veertienjarige squash-talent Knut zegt dat in zijn sport vooral deelname aan internationale toernooien in de kosten loopt. Als Henk vraagt of je met squashen "een beetje verdient", zegt de jonge squasher kalm: "Als je veel wint, verdien je wat." Waarop Herman wil weten of Knut zichzelf ziet als Olympisch kampioen in 2024, het jaar waarin squash mogelijk een Olympische sport wordt. "Dat weet ik niet," antwoordt Knut, "maar ik ben blij dat ik nog geen 35 ben, want dan zou ik tegen die tijd al gestopt zijn." Wat omgang met media betreft, lijkt Knut in elk geval klaar voor een carrière in de topsport.

Om de jonge sporters te ondersteunen heeft de Société voor hen beiden een cheque van 200 euro. Deze worden uitgereikt door voormalig topjudoka Claudia Zwiers en oud-voetbalinternational Ruud Geels. Van racetalent Stijn wil Herman tot slot weten wie zijn sportheld is, "al denk ik dat we dat allemaal wel weten," zegt Herman. "Fernando Alonso," antwoordt Stijn tot ieders verbazing. En na een korte pauze: "En Max Verstappen."

De vraag wie de sporthelden van Pim Mulier waren kan de invloedrijke Haarlemmer zelf niet meer beantwoorden. Gelukkig is Daniël Rewijk er om dat gat enigszins te vullen. Daniël schreef een biografie en proefschrift over Pim Mulier. Hij deed onder meer uitgebreid onderzoek in het Noord-Hollands archief, dat tevens dienst doet als de toepasselijke locatie voor dit derde lustrum van de Pim Mulier-lezing.

Daniël heeft een paar gegadigden voor de titel 'helden van Pim'. Van 'IJzeren Frits' – de man die hem in aanraking bracht met Britse sporten – tot de krachtige schaatsers uit Friesland en het Haarlemse multi-talent Jaap Eden, de man die Nederland met groot succes vertegenwoordigde op het hoogste niveau. Maar allemaal hadden ze hun makken. Zo waren de volkse schaatsers volgens Pim te commercieel ingesteld en had hij een grote afkeer van de levensstijl van Jaap Eden, die zijn prijzengeld grotendeels besteedde aan drank en vrouwen.

"Pim was zelf zijn held," besluit Daniël. "Hij deed alles in landsbelang, wilde sport populariseren zodat de jeugd fitter zou worden. Hij voerde een groot beschavingsoffensief, bijvoorbeeld voor fair play in het voetbal. Aan de sport verdiende hij niets, het kóstte hem geld. De tekortkomingen van zijn voorgangers zag Pim niet terug bij zichzelf."

Voorzitter Herman kijkt terug op een mooi jaar voor de stichting die de naam adopteerde van de ultieme sportheld. Herman bedankt de sponsoren voor hun financiële bijdragen en de sprekers voor hun mooie verhalen. "Maar nu is het tijd voor het toetje. U zult wel denken: die lamsstoof was heerlijk, maar waar is het toetje?"

  Share